zondag 8 augustus 2010

Bicycle Diaries Day 118: Bayview - Rangitaiki

Oef, de regen stokt. Hopelijk blijft het zo, want het parcours is al zwaar genoeg. Drie lange klimmen staam op het programma, met hoogteverschillen van respectievelijk 700m, 400m en 350m te overbruggen en daartussen nog enkele kortere maar heel steile kuitenbijters, goed voor een totaal van bijna 2000m hoogteverschil, en dit alles gebundeld in zo'n 95km, althans als ik geraak waar ik wil geraken. Er bestaat geen twijfel over, dit zal de zwaarste fietsdag zijn tijdens mijn Ronde van Nieuw-Zeeland. Het zou dus leuk zijn als het weer een beetje meewerkt. Het zal wel doorgeven worden om voor het donker binnen te zijn.


Dit bord toont al aan dat er niet veel rustplaatsen zijn onderweg, het wordt een lange dag langs een zware afgelegen weg

Ik heb er geen goed oog op, en dat oog wordt nog slechter als ik na 5km al een lichte kramp in mij bil voel. Aiai, neenee, toch niet vandaag! Hopelijk ligt het aan mijn zwakke (lees: geen) opwarming en is de spier gewoon aan het protesteren omdat ze nog stijf staat. Ik ga in alle geval door, wat moet ik anders doen.

De eerste klim is vrij lang waarbij steile stukken worden afgewisseld met vals plat. De laatste kilometers keert dat echter en is het een drietal kilometer heel steil. En zoals gewoonlijk kan ik dat niet aan met mijn gebrekkige versnellingen, zeker niet op een dag dat het net iets minder loopt precies. En ik had zo graag eens over deze bergen gevlogen, maar als het te lang steil is, is het uiterst moeilijk om met deze fiets met al die bagage lange tijd op de trappers te lopen. Ik mag mijn fietsje nog eens een kilometer bergop duwen. Op deze manier zal het zeker niet makkelijk worden om mijn doel te bereiken. Maar daar niet aan denken en doorgeven, het kan soms snel keren en misschien gaat het op de volgende klimmen weer beter als het lichaam warm is gelopen.


Een stukje van de eerste lastige klim met een zicht op de omgeving

Na een vliegensvlugge afdaling waarin ik 400m zak, mag ik meteen weer klimmen, die verdomde 400m mogen weer overwonnen worden om de volgende pas te ronden. Ale hupsa, de tweede lange klim. En het wonder geschied, ik ben blijkbaar gerecupereerd en tweede adem gevonden. Ik bereik, met enig afzien, de tweede top van de dag zonder afstappen. Ik geloof er weer in, maar voel na deze klim toch wel dat mijn lichaam moe begint te worden, na vijftig loodzware kilometers. En dan krijg ik plots drie korte maar irritant steile hellingen voorgeschoteld op het moment dat ik nog niet volledig gerecupereerd ben van die lange klim. Hier begin ik te kraken: ik moet weer van de fiets op een van de hellingen en nu begin ik echt wel af te zien. Tijd voor lunch en hopelijk brengt dat beterschap. Er is niet veel keus kwa eetgelegenheid: één zaak met heel beperkte keuze van voedsel: pies of frieten. Pies dan maar, en een stukje cake. En hopen dat ik een derde adem vind voor het laatste stuk.


In het laatste stuk passeer ik nog een prachtige waterval, die plots uit het woud verschijnt. Ik vond toch nog de kracht voor een klein omwegje om dit kiekje te trekken, al was het toch even twijfelen...

Van dit laatste stuk weet ik niet zoveel meer, buiten het feit dan dat ik met momenten dacht aan stoppen omdat ik zo moe was en mezelf voortdurend moest oppeppen. Stoppen was overigens geen optie, er woont hier niemand en er passeren bijna geen wagens. En in het donker wil ik hier in het midden van de bergen niet vast komen te zitten, want het zal hier wel goed vriezen. Vloekend en zuchtend fiets ik verder, de ene helling volgt de andere op, en niet te vergeten nog een laatste lange helling ook waar ik alweer even te voet sta. Ik denk niet meer, ik doe gewoon en fantaseer al van een goeie burger en een zacht bed. Oh ja, dat gaat deugd doen. Concentreren op de muziek, meezingen, zo voel je de vermoeidheid minder. Ik probeer echt alles om toch maar een zeker ritme aan te houden en mijn doel te bereiken. De laatste kilometers kijk ik al uit naar het dorpje (al is dat eigenlijk niet meer dan vier huizen), maar het blijft maar weg. Op deze momenten wil je er zo graag zijn, alles doet pijn, je geeft toch nog eens door en die huizen komen maar niet in zicht. Uiteindelijk blijkt de slaapplaats nog 5km voorbij het dorp te liggen. Vijf kilometer, dat is niks, behalve vandaag dan! Ik denk dat ik ga sterven, ik zit in alle geval al half doorgezakt op mijn fietsje. Dit is wat je krijgt op een mindere dag met een loodzwaar parcours. Maar ik ben er geraakt, en dat is het belangrijkste. Ik ben eigenlijk al heel blij dat ik ben blijven doorgaan en steeds op mijn maximum heb proberen te rijden om in Rangitaiki te geraken, al was het niet altijd van harte...


Volle maan. Hier heb je nog echte nachten, zonder enig kunstlicht in de omgeving, echte nachten die je volledig opslorpen

Maar het afzien wordt beloond: ik krijg voor relatief weinig geld een mooie motel unit, met een kingsize bed met geweldige matras en een eigen televisie, misschien kan ik nog eens een WK match zien. Na een smakelijke burger zak ik weg in dat zalige bed. Ik ben kapot, de batterijen zijn aan het leeglopen, ik heb nood aan een oplaadbeurt...

1 opmerking: