maandag 22 maart 2010

Bicycle Diaries Day 15-16: Wellington

Wellywood. Dat is de naam van mijn hostel. Er is niet echt een band met Hollywood en een gezellig is het al evenmin. Ik zit op een share room met 4, maar ik heb nog niet echt contact gehad met mijn kamergenoten. Die grote hostels zijn zo chaotisch en je legt meestal contacten in de gemeenschappelijke ruimtes, en aangezien er steeds enkele grote groepen zijn, meng je je niet echt in gesprekken. Geen probleem eigenlijk, ik heb er ook geen zin in op dit moment. Het is ondertussen al 16 maart, ik ben al bijna een maand in Nieuw-Zeeland en heb eigenlijk nog niet veel activiteiten gedaan zoals meerdaagse trektochten, caving, canyoning,... Maar dat zal nog wel volgen. Ik moet mijn doel voor ogen houden: eerst aan de gletsjers en het zuidelijk deel van het Zuidereiland geraken voor het winter is en dan kunnen de zotte dinges beginnen. Nu is het fietsen, rusten en ontspannen.


Luieren aan de dokken van Wellington, het kan

Wellington is een merkwaardige stad, zeker voor een hoofdstad. Er zijn zo een 400.000 inwoners en het stadscentrum is niet al te groot. Maar het mooie komt als je je een beetje buiten het stadscentrum begeeft naar een van de talrijke baaien of bosrijke heuvels. Je zou dan vergeten dat je eigenlijk in een stad bent. Deze stad is ook veel aangenamer dan Auckland: het is kleiner, iets minder druk en vele kleine restaurantjes en cafés die uitnodigen tot rondkuieren in de stad. En met mijn fiets is het heel gemakkelijk om veel te doen op 1 dag. Maar de eerste dag laat ik de fiets op stal.



De oude cablecar brengt je naar de top van de botanische tuinen

Een tripje met de must-do 'Cable Car' brengt me naar de top van de heuvel waarop de botanische tuinen liggen die gratis te bezoeken zijn en rustige wandelingen biedt. Mooi maar niet iets dat je moet gezien hebben in je leven. Voor de rest slenter ik wat door de stad. Ik eet een chocoladecake op een terrasje en de helft van de chocolade blijft weer in mijn baard hangen. Irritant, en als je op een druk terras zit en de mensen je aanstaren, dan wordt het zelfs genant. Het is ook heel winderig in Wellington en mijn haar staat in alle richtingen. Er is niks meer voor te beginnen. Als ik mezelf zie lopen in een groot etalageraam kan ik er niet meer onderuit, dit is geen zicht meer. Dat mensen nog tegen me praten? Of misschien denken ze dat ik een halve gare ben. Time for a change! Ik stap de eerste de beste barbershop binnen en vraag om mijn baard te trimmen en haar te knippen. Wat een wereld van verschil als de kapper klaar is. Ik zie er meteen een paar jaar jonger uit. Oordeel zelf maar!


Voor het geval het niet duidelijk moest zijn, links is voor en rechts is na het bezoek aan 'the barber'



Op de zonnewijzer in de botanische tuinen moet je zelf als wijzer fungeren en hangt de plaats waar je moet staan of van de periode van het jaar. En het werkt redelijk nauwkeurig

Ik ben niet de enige die vindt dat ik er jonger uitzie na mijn verfraaiingsbeurt, in de supermarkt denken ze er net zo over. Wanneer ik 's avonds mijn boodschappen doe en een kratje bier koopt wordt dat wel heel duidelijk. In Nieuw-Zeeland is 18 jaar de minimumleeftijd om drank te kopen. En ze vragen nogal snel aan jongeren om hun paspoort te tonen, maar mij was dat nog nooit gevraagd. Tot nu dan. De kassierster vraagt me om mijn paspoort te tonen. Ik kan mijn lach niet inhouden en zeg: “You don't believe I'm over 18?”. Maar ze kan niet echt lachen en ik geef mijn Belgisch paspoort. Ze kijkt er naar: “You are from 1980?”. Dat gelooft ze helemaal niet en ze roept haar overste erbij. Nu moet ik nog harder lachen omdat ik besef dat dit allemaal te wijten is aan een scheer- en knipbeurt. Haar baas kijkt even naar mijn paspoort en het is meteen in orde. De vrouw blijft me serieus aanstaren terwijl ik blijf lachen. Ze is niet echt een lachebek en ik zal me maar snel uit de voeten maken.



De rozentuin in de botanische tuinen

Om niet in de ongezellige backpackers te moeten zitten ga ik 's avonds naar de cinema om 'Shutter Island' te bekijken. Ik ben wat vroeg en zit zo goed als alleen in de zaal. Leuk, denk ik en ik zet me op een goeie plaats. Maar het is nog een half uur en na mij blijft het volk maar binnenkomen en blijkbaar zijn de zitjes genummerd en willen de meeste Kiwi's zich houden aan het zitje dat hen is toegewezen op het ticket. Ik heb dit natuurlijk niet door en zit dus waarschijnlijk op de verkeerde plaats. Voor ik het weet ben ik volledig omsingeld en al veel mensen hebben zich moeten verzetten door heikneuters die per se op hun plaatsje willen zitten. De mensen naast mij weten ook dat ik niet op mijn plaats zit want ik zit op de hunne (gniffel gniffel), en ze kijken me ook voortdurend aan als er mensen op onze rij hun plaats opeisen alsof ze willen zeggen: “Het is zijn fout, hij zit niet op zijn plaats”. Maar ik heb mijn ticketje al weggegooid en heb geen flauw idee wat mijn eigenlijke plaats is, dus ik neem mijn zakdoek en doe alsof mijn neus bloedt. En dat werkt. Ik kan blijven zitten en van de film genieten, alleen spijtig van het babbelwijf achter mij dat het nodig vindt om telkens tegen haar vriend te zeggen wat er gebeurt, en haar vriend is niet eens blind en spreekt Engels. Heel irritant, ik zou haar wel willen muilkorven, maar heb dat niet echt in mij om zo wildvreemden terecht te wijzen. Gelukkig vindt de man naast mij het ook heel enerverend. Na een kwartiertje op zijn stoel schuifelen is hij het beu en maakt hij er korte metten mee. Dank u wel, meneer de schuifelaar!



Nog enkele sfeerpics uit de botanische tuinen

Mijn tweede dag Wellington ga ik niet in het centrum doorbrengen. De meeste mensen brengen in Wellington een bezoek aan het grootste museum, Te Papa, dat volledig gratis is. Maar museums spreken mij op dit moment niet aan. Het is hier nog zomer en daar moet je van profiteren. Ik ga nog een fietstocht maken langs de rotskust aan de andere kant van Wellington, naar de wat afgelegen Red Rocks en de Seal Conservation Area. Misschien zie ik wel een zeeleeuw. Ik rijd enkele kilometers door de stad en als ik bijna aan de kust ben stop ik aan een winkeltje om het nodige water in te slaan. Er passeert een clochardachtig type met een mountainbike aan de hand. Hij doet me denken aan zakskesman van Gent, maar dan met een gele plastieken vissersvest aan. Hij spreekt me aan en ik ontdek al snel dat hij ook Nederlands kan spreken. Hij is vijftig jaar geleden met zijn ouders naar Nieuw-Zeeland geïmmigreerd en spreekt dus heel gebroken Nederlands. Hij is heel ecobewust en vertelt over allerlei types nieuwe fietsen en ecologische gebouwen, en om dat te staven heeft hij allerlei kranteknipsels bij de hand, of eerder op de buik. Hij geeft namelijk de indruk een buikje te hebben, maar dat is enkel te wijten aan de vele zakjes die hij onder zijn hemd heeft zitten, zakjes met allerlei krantennknipsels. Hij is echt een soort zakjesman. Na een half uur is hij uitgepraat en hij concludeert met de prachtige woorden: “Zo, dat weet je dan ook allemaal weer en kan je eens over denken!”. Dank u wel, zakskesman.

De weg langs de kust naar de Red Rocks eindigt al snel op een parkeerplaats en gaat verder als een grindbaantje dat wel nog berijdbaar is met mijn fiets. Ik fiets meer dan 5 km langs deze ruwe kust, vlak naast de branding, en er is geen mens te zien, geen enkele wandelaar of fietser. Zo dicht bij de hoofdstad en toch in zo een ruwe natuur en alleen. Hoe is het mogelijk. Zie je je al 5 km rijden uit het centrum van Brussel en in bergen en rotskusten belanden zonder één levende ziel rondom je? Zalig! Ook al waait het heel hard en ga je niet snel vooruit, het is zeker de moeite waard. Heel vreemd dat niemand anders dit doet. Wel spijtig dat ik geen zeeleeuw gezien heb. Enkele sfeerbeeldjes misschien:





Hoge golven door de sterke wind


The Red Rocks

De fietsroute langs de kust

Des avonds heb ik voor het eerst contact met andere mensen uit mijn hostel, en dit tijdens het koken van een alweer superbe maaltijd. Een Zweedse dokteres en een Zwitser die samen rondreizen. En we hebben een gelijklopende muzieksmaak. Eindelijk kan ik nog eens met iemand over muziek praten nu mijn muziekmaatje niet meer bij mij is.

Het meest toepasselijke nummer voor dit bericht is er heel toevallig nog eens eentje van mijn favoriet Pavement, maar dit kon ik niet laten liggen...

zondag 21 maart 2010

Bicycle Diaries Day 14: Foxton – Wellington

The last stretch to the capital! Het is nog 110 km maar ik ben van plan om er maar 75 te rijden en de laatste 35 km door de suburbs van Wellington met de trein af te leggen. "Peddlers' Paradise", de fietsgids die ik gebruik, raadt dit ook aan want de highway door de suburbs zou de dodelijkste van Nieuw-Zeeland zijn en er is weinig ruimte voor fietsers. Na mijn ervaringen op de eerste dag om met de fiets uit Auckland te rijden kan ik me daar iets bij voorstellen en ik ben zeker niet happig om dit een tweede keer mee te maken. Na 10 km voel ik alweer dat het niet goed gaat en de optie om het laatste stuk met de trein te doen wordt nog meer aanlokkelijk. Als even later een truck helemaal niet uitwijkt en me bijna van de baan rijdt staat mijn besluit vast en mijn hart even stil. Stomme truckchauffeur, waarom vertraagt die niet even om rond me te rijden...


Het is crisis en ook de prijs van de paardenstront zakt ook in elkaar. De ponystront doet het zelfs nog slechter met 50 cent per kg, zoals een bord iets verderop aangaf

Ik neem een kleine omweg langs een kustweg om niet langs de drukke highway te moeten rijden. Het is een heel aangename weg met mooie zeezichten en ik volg deze tot in Paraparaumu waar ik op de suburban trein spring met mijn volgeladen fiets. Er is niet echt plaats voorzien voor zulke fietsen, maar op dit uur wordt het laatste treinstel leeggelaten omdat er niet te veel volk op zit, en de conducteur steekt mij in dit treinstel. En hij grapt er wat bij: “You have the whole train for yourself, you could dance and party here! But remember, no alcohol!” en hij wijst naar het verbodsteken en lacht. Ik vraag me af of ik hier ook zo gemakkelijk in slaap zou vallen op de trein zou als in België. Ik heb mijn antwoord al vijf minuten later...


Het is veel aangenamer rijden langs de kustweg met mooie uitzichten op Kapiti Island...

... en rijden langs lagunes




Een heel treinstel voor mij alleen. Snurren maar!

Ik rijd Wellington binnen en fiets naar een van de vele backpackers. In Wellington zijn er geen kleine backpackers zoals in de meeste amdere steden of dorpen, maar enkel grote ongezellige backpackers met verschillende verdiepen en grote oonaangename gemeenschappelijke ruimtes. Het is moeilijk om contact te leggen in dergelijke hostels, maar er is niet veel andere keus. Ik ben ook niet echt in een sociale bui, iets te voel moeten socializen de laatste weken, ik ben het even moe en heb er geen zin in. We zullen zien wat Wellington de komende dagen te bieden heeft....


Bicycle Diaries weergeven op een grotere kaart
De geupdate kaart met de laatste 4 fietsdagen erbij. Het totaal op mijn fietscomputer was iets meer dan hier uitgerekend wegens enkele omwegen, zoektochten voor slaapplaatsen, kleinere fietstochten tussendoor: totaal van 870 kilometer



Bicycle Diaries Day 13: Wanganui – Foxton

Wanganui is dan wel een aangename stad om eens rond te lopen maar ook niet om er dagen te blijven. Eén rustdag is meer dan genoeg. Het volgende doel is de hoofdstad Wellington. Die ligt op 195 km, dus de tocht moet zeker over twee dagen verdeeld worden. Al van bij het vertrek uit Wanganui voel ik me slap, niet alleen fysiek, maar ook mentaal voel ik me redelijk moe. Vanaf de eerste helling verkrampen de kuiten al en het gaat niet zo goed, zeker niet bergop. Ik voel al dat het een korte dag gaat worden. Ik heb ook steken in de borststreek, redelijk verontrustend. Stop ik al na 20 km of ga ik door? Ik weet dat er wel een vlak stuk van 30 km aankomt dus misschien moet ik nog even doorzetten en het heel kalm aan doen. Dit wordt een dag om snel te vergeten. Ik denk dat het probleem vooral mentaal is en dat dit zich overzet op mijn lichaam. Het is niet evident om elke dag op je eentje te zijn op die fiets en elke avond nieuwe mensen te leren kennen en opgewekt te moeten zijn. De volgende dag zie je die mensen niet meer en kan je weer opnieuw beginnen. Na een paar weken is dit heel vermoeiend en krijg je wel eens een gevoel van eenzaamheid. Met de fysieke inspanningen erbij begint dit te wegen en het hoofd werkt tegen.


Een iets mindere fietsdag, een schim van de vorige dagen


Ik passeer het stadje Bulls waar ze heel origineel zijn

Na de eerste moeilijke 30 km begin ik gewoon te freewheelen op een lager tempo en ik zie wel hoever ik geraak. Het doel was 95 km te fietsen tot in Levin, maar als ik na 75 km in Foxton ben, besluit ik daar al te stoppen en een cabin in het motorcamp te nemen, hetgeen redelijk goedkoop is. Op het einde van de dag staat er toch weer 90 km op de teller, want dat motorcamp ligt aan het strand, een eindje buiten Foxton.


Welcome to Foxton!


De ingang is meteen ook het mooiste deel van het motorcamp

Ik rijd wat rond in Foxton. Het dorpje doet heel Amerikaans aan met een grote brede hoofdbaan met enkele winkels en voor de rest zo goed als niets. Ik ga eens goed vettig eten: fish 'n chips! Er is zo één zaakje in Foxton en het is alsof iedereen van het dorp die avond fish 'n chips wil eten, een constant komen en gaan in dit frietkot, als je dat zo mag noemen.


De straten wekken een Amerikaanse indruk

Enkele vreemde borden in Foxton:

Er mogen blijkbaar geen honden op de hoofdstraat lopen

Een bord dat ik niet ken: pas op voor eenden met kuikens. Eenden zonder kuikens mogen gerust platgereden worden...


In Foxton staat ook een windmolen die nog steeds werkt. Het is een replica van de originele molen die er gezet was door Nederlandse kolonisten en hij heet ook hele toepasselijk 'De Molen'. Het strand net naast het motorcamp is wel heel mooi en is een beschermd gebied voor vogels vlakbij de monding van een rivier. Op al die stranden ligt er heel veel drijfhout en dat creëert een desolaat gevoel.


Daar bij die molen...

... die mooie molen...

... daar staat een oude bus


Achter de molen staan de winnaars van de muurschilderingenwedstrijd tentoongesteld




Driftwood

Eens de zon onder is trek ik me terug in mijn cabin en kijk wat TV. Er zijn nieuwe afleveringen van The Simpsons op, waar bij toeval België ter sprake komt. The Simpsons rijden in Ierland rond en Lisa zegt op een bepaald moment: "Well, Ireland ís at the forefront of Europe's tech boom", waarop Bart: "In your face, Belgium". Marge wijst Bart terecht en zegt:"If you hate Belgium so much, maybe I should take away your Tintins", waarop Bart verschrikt kijkt en zijn album van Kuifje stevig vast houdt. En dat wil ik jullie niet onthouden, want het was best grappig. De aflevering kan je op het volgende webadres bekijken:
http://wtso.net/movie/449-2014_In_the_Name_of_the_Grandfather.html

Een heel toepasselijk nummer bij deze dag, en dan spreek ik niet alleen over het drijfhout op het strand...

zaterdag 20 maart 2010

Bicycle Diaries Day 11 and 12: Hawera – Wanganui

De afstand tussen Hawera en Wanganui is zo'n 90 km en met de extra 10 km van de farmstay zal het een dag van meer dan 100 km worden. Het parcours is weer op en neer maar geen onoverkombare hellingen. Ook onderweg verwacht ik geen noemenswaardige bezienswaardigheden en dat wordt bevestigd. Het blijft wel een mooie groene omgeving om in te fietsen, maar gelijkaardig aan de voorbije dagen. Ik kan goed doorrijden en ben al vrij snel op 10 km van Wanganui, waar ik even stop in een wegcafé om bij te tanken voor ik aan de finale klim naar Wanganui begin, want die is meer dan 2 km lang, dus niet te onderschatten. Ik zit alleen in het café en de bazin waarschuwt me voor de klim en de wind die is komen opzetten. Na een frisse sprite ben ik er klaar voor. Alle registers open op de laatste helling en dan Wanganui binnenvliegen. Ik ga vlotjes boven de 100 km en heb bijna geen last meer in de knie. Dit is een goed teken.


Oldschool roadcafe

Ik zoek mijn weg naar het centrum en de backpackers die ik geboekt heb. Uit één van de vele auto's die me voorbijrijden zwaait er een vrouw naar me, even verder stopt ze en doet me het teken halt te houden. Ze vraagt me waar ik naartoe ga en nodigt me uit om 's avonds bij haar en haar man te komen eten. Ze reist zelf ook regelmatig met de fiets en nodigt graag andere fietsende reizigers uit. Tegen zo'n aanbod voor een lekkere gratis maaltijd zeg ik geen neen. Als ze vraagt van waar ik ben, begint ze in het Afrikaans tegen me te praten! Grappig, we spreken eigenlijk een soortgelijke taal, wat een kleine wereld.



De brede Wanganuirivier loopt door de gelijknamige stad en biedt mooie zichten

Je kan een tochtje maken op een oude stoomboot

Ik rijd snel door naar mijn slaapplaats want ze verwachten me al om zes uur. Eerst even relaxen in de jacuzzi (want dit hostel heeft een jacuzzi en een klein zwembad). Dat doet deugd na een hele dag fietsen. En dan op naar de Zuid-Afrikanen. Onderweg wordt het weer plots heel slecht: vettige regen en een stormwind die me bijna terugblaast naar mijn vertrekplaats. Het is stampen en zwoegen om die luttele drie kilometer te fietsen. Maar het is de moeite waard, want ik blijf de hele avond bij het koppel hangen. Zij heet Mireille Nel, en zijn naam verstond ik niet zo goed en ben ik ondertussen al vergeten. Laten we hem Jef noemen. Ze hebben ook een vijf maand oud zoontje, verwekt tijdens hun fietsreis door Nieuw-Zeeland. Ik neem een familiekiekje om hen te herinneren, want hun gedachtengoed schijnt heel gelijklopend met het mijne te zijn. Ik krijg een copieuze en heerlijke maaltijd voorgeschoteld met dessert en koffie achteraf, dus alles erop en eraan. Ik begin de mensen in Nieuw-Zeeland met de dag meer en meer te appreciëren. Kunnen er nog vriendelijkere mensen dan dit bestaan, die een wildvreemde zo maar zonder boe of ba bij hen thuis uitnodigen voor een maaltijd. De bijbel en Jezus zijn fabeltjes zijn er niks tegen...


Die gastvrije Suid Afrikaners

De volgende dag neem ik nog eens een rustdag om wat te genieten van de faciliteiten van dit hostel. Het is er rustig en uitgerust met een reusachtige televisie, pooltafel, zwembad en jacuzzi. Ik ga nog eens een dagje de spieren laten rusten en op mijn gat zitten. En zo geschiedde...



Dagje genieten van deze faciliteiten

In hetzelfde hostel zat ook een overjaars softballteam met wie ik 's avonds naar het voetbal keek want het was de halve finale van de Australische play-offs waarin ook Nieuw-Zeelandse teams meespelen. Maar hun team, Wellington Phoenix verloor kansloos van Sydney. Geen kampioenschap voor hen, maar dat verhinderde hen niet om enkele biertjes te drinken. Graham, de oudste, was een supergast. Hij zag er heel stoer uit en had de avond ervoor een kopstoot gehad in een bar in Wanganui, maar hij was heel vriendelijk tegen me en altijd aan het grappen. Hij trakteerde me zelfs op één van zijn biertjes toen de mijne op waren. Voetbal kijken in Nieuw-Zeeland met de locals smaakt naar meer, dat belooft voor het WK in juni!

Mijn muziekkeuze baseer ik op de gastvrije Zuid-Afrikaanse familie, want je ziet wat een vriendelijke zwaai allemaal oplevert, zolang je maar terugzwaait!

Bicycle Diaries Day 10: Mount Taranaki – Hawera

Tijd om weer wat kilometers te vreten op de fiets. Ik vertrek zoals steeds weer wat te laat, het is al na 11 uur als ik op de fiets stap en het regent. Het is slechts motregen en het is eerder een verfrissing dan een last. De regio rond Moun Taranaki zou redelijk vlak zijn en ik moet maar zo'n 80 km fietsen, dus dat mag geen pobleem zijn. De eerste 30km zijn vals plat, maar je kan nog steeds veel snelheid maken, en vanaf Stratford, eens Mount Taranaki achter me ligt, is het lichtjes bergaf. In Straford stop ik om een hapje te eten, een heerlijke meatpie, alweder. Daar krijg je energie van!


's Middags eet ik liefst in een 'cafe': keuze uit heerlijke meatpies en gebakjes

Er zijn bijna geen heuvels en het rijdt heel vlot, en ik sta al rond 15 uur in Hawera. Er is evenwel geen plaats meer in het goedkope motorcamp en ik beslis om naar een farmstay backpackers iets verderop in de stad te gaan. Je verblijft dan op de boerderij die uitgerust is met enkele extra kamers en gemeenschappelijke ruimtes. Lijkt me wel interessant en je moet alle verschillende overnachtingsmogelijkheden eens gedaan hebben, denk ik in mezelf. Maar alweder heeft de gids waarin deze farmstay staat me goed liggen. De boerderij ligt niet net buiten Hawera, maar 9 km verderop en je moet twee grote heuvels over, goed voor 4 kilometer klimmen en het is redelijk steil.Gelukkig was de rest van de rit vrij eenvoudig, want ik eindig op deze manier weer rond de 90 km. Ik ben niet echt vermoeid na deze rit en voel dat ik fysiek sterker geworden ben. De lange beklimming van de Mount Taranaki heeft er ook voor gezorgd dat ik minder afzie van kortere klimmetjes.


De farmstay


Ik word voortdurend gestalkt door een eenogige kat in de farmstay

In de farmstay zijn er niet al te veel gasten. Een vijftigjarige Zwitserse vrouw, die haar biefstuk met me deelt want hij was reusachtig groot en ik had bijna geen eten meer bij me. Heel vriendelijk. Verder waren er twee meisjes (duits of wat had je gedacht) en een koppel van een jaar of 50. De man is een Amerikaan, de vrouw is van Wales en ze wonen al 20 jaar in Nieuw-Zeeland. Met die man schiet ik meteen goed op. Hij heeft al heel de wereld rondgereisd op soms heel avontuurlijke wijze. In de jaren '70 heeft hij een jaar lamng door Nieuw-Zeeland gefietst. Toen hij mijn fiets zag kwan hij dan ook meteen op mij afgestapt en was heel nieuwsgierig naar mijn reis. We hebben eigenlijk de hele avond gepraat over reizen, de opwarming van de aarde en de achteruitgang van het onderwijssysteem. Geen moment verveling en aan het einde van de avond geeft hij mij zijn telefoonnummer. Ze wonen in Nelson op het Zuidereiland en hij nodigt me uit om bij hun te blijven als ik daar voorbijkom. Dat zie ik zeker zitten, want het is een interessante man die me nog veel tips kan geven, niet alleen over Nieuw-Zeeland maar ook over Zuid-Amerika waar hij lange tijd gereisd heeft. Ik ben alweer aangenaam verrast door de vriendelijkheid en gastvrijheid in Nieuw-Zeeland.


Ze is ook geobsedeerd door mijn fiets



De varkens komen 's morgens in de zon liggen en vinden de camera best wel interessant

Na 10 dagen fietsen is het tijd om eens wat van mijn roadmusic te posten. Ik heb een playlist gemaakt op mijn ipod om tijdens het fietsen op te zetten, maar de eerste dagen liet ik gewoon de zes cd's van één van mijn favorieten afspelen: Josh Rouse. Het is moeilijk om een nummertje te kiezen en ik zet er uitzonderlijk eens twee, maar ik zou er eigenlijk een paar tientallen willen zetten. Hij heeft prachtige nummers, variërend van heel fragiel en gevoelig tot catchy meer up-tempo nummers. Ik kies er hier twee up-tempo uit om de sfeer niet te droevig te maken. En ik smijt er nog een concerttip bij: op 31 maart treedt den Josh op in de AB in Brussel! Allen daarheen zou ik zeggen! En wie zijn muziek goed vindt, zoek nog wat nummers van hem op, je zal er geen spijt van hebben!


Josh Rouse - Hollywood Bass Player


Hier wou ik eigenlijk 'Nice To Fit In' plaatsen, maar omdat ik het niet online vond is het 'Love Vibration' van een oudere CD geworden

Roadkill




Als je alle dagen fietst op de grote wegen in Nieuw-Zeelandzie je veel doodgereden dieren langs de kant van de weg. En vaak liggen die er nog maar een dag. Pijnlijk om te zien hoeveel dieren er zo aan hun eind komen....

Music tip van mijn musicpartner in crime!! Toepasselijk en sterk nummer